vrijdag 17 december 2010

Mondharmonica bij longklachten

Afgelopen zomer ben ik erg enthousiast teruggekeerd van een kijkje in de keuken bij de mondharmonicagroep in het Maasstad ziekenhuis in Rotterdam. De groep bestond uit louter longpatiënten en werd geleid door Herman v.d. Knaap, musicus en verpleegkundige tegelijkertijd. Ik heb zelf het onmiddellijke effect op de ademhaling kunnen ervaren, en vind daarom dat de mondharmonicatherapie voor longaandoeningen wel eens in het zonnetje gezet mag worden. Voor mijn twee muziektherapie collega's in het verpleeghuis maakte ik een verslagje, dat geef ik onverkort weer:

Plaats van handeling: het Maasstad ziekenhuis in Rotterdam, 11 juni 2010. 
Doelgroep: patiënten met longaandoeningen (COPD, astma, kanker e.a.)
Therapeut: Herman v.d. Knaap

Er zijn twee groepen gevormd, beginners en gevorderden. Deze mensen hebben allen een ernstige longaandoening en problemen met ademhalen. Zij komen 1 x per week naar de mondharmonicagroep. De meesten hebben geen muzikale achtergrond en kunnen geen bladmuziek lezen.

Wat meteen opvalt is het plezier. De eerste indruk is er niet een van een groep zieke mensen, maar van liefhebbers die gezellig samen mondharmonica spelen.
Er wordt gebruik gemaakt van de bluesharp, een klein en licht instrument. De beginners hebben er één die in C gestemd is, de gevorderden hebben er daarnaast nog één in G. De bladmuziek is voorzien van nummers die corresponderen met de nummering op de harmonica. Een + voor het nummer is uitademen, een – of niets, is inademen.

Het begint met oefeningen: toon op de inademing, volgende op uitademing. Het is een kwestie van oefenen om een enkele toon te laten klinken, de lippen moeten ontspannen en toch in de juiste houding staan,  de harmonica moet er wat gekanteld tegenaan gehouden worden.  Tijdens de oefeningen voel je onmiddellijk het effect op de ademhaling, ook zónder longproblemen. Het sturen van de ademhaling is een precies werkje, wanneer je het te lomp doet blaas je meer tonen tegelijk, te zwak dan hoor je niets.

Spelen van liedjes: dit vraagt concentratie en vooral: doseren van de adem. Want voor sommige melodielijnen moet je heel veel inademen, voor andere weer flink uitblazen. Al naar gelang het type klacht kun je hiermee spelen en er je voordeel mee doen.

Dit doseren van de adem is waar de deelnemers volgens eigen zeggen het meeste aan hebben: het is een training in bewustzijn van de ademhaling, van de spieren die ze voor het ademen gebruiken, van uithouden en van loslaten. En, misschien nog wel het belangrijkste, het is leuk, één tot tweemaal per dag wordt er thuis een kwartier op de muziekstukjes geoefend; bij een aantal mensen zijn ook huisgenoten mee gaan doen, of huisgenoten spelen mee op andere instrumenten. Ademhalingsoefeningen die zo van belang zijn voor deze groep mensen, veranderen op deze manier van een noodzakelijk kwaad in een gezellige hobby.

Ik zie wel mogelijkheden voor de bluesharp in ons werk, wat minder gericht op longen, meer op aandacht en plezier. Veel van onze ouderen hebben ooit mondharmonica gespeeld; wijzelf gebruiken het instrument nauwelijks, terwijl het toch eenvoudig is aan te leren. Ons eigen spel op de mondharmonica kan onze cliënten stimuleren mee te spelen.
Voor de mensen die hiertoe cognitief nog in staat zijn, is het aanleren vanaf blad een mogelijkheid. Het is een instrument wat ook buiten de MT gespeeld en geoefend kan worden: niet zwaar, niet duur, niet omvangrijk.
En voor de mensen die naast hun ‘verpleeghuis’problematiek nog te kampen hebben met astma of copd kan het een extra ademhalingsoefening zijn.
De mondharmonicatherapie wordt buiten deze doelgroep ook nog ingezet en verder ontwikkeld door Herman voor mensen met psychiatrische problematiek. Het lijkt me interessant om hierover met Herman in gesprek te gaan; want wanneer zet je specifiek de mondharmonica in, en wanneer de 'gewone' muziektherapie? Wordt vervolgd!



4 opmerkingen:

  1. Goed verhaal! Klopt helemaal. En een goed idee overigens om ook aan ouderen te denken. In de jaren 30-40 was de mondharmonica een echt volksinstrument. Bijna iedereen speelde erop (met "tongslag"). Mijn vader speelde als kind in "Klein maar dapper", een groot mondharmonicaorkest in Rotterdam (een van de vele). Overigens werd toen vrijwel uitsluitend op tremolo harmonica's gespeeld, dit type instrument is wezenlijk verschillend van het type "bluesharp", wel iets om aan te denken dus bij de aanschaf van een kadootje voor opa.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Dank voor je tip over de tremolo harmonica. En ja, die tongslag valt inderdaad op! Die vaardigheid zit er bij sommigen diep ingesleten. Een meneer met wie ik werk weet niet meer dat hij mondharmonica kan spelen, maar wanneer je hem er een in zijn handen geeft, gaat het helemaal vanzelf. Nu moeten wij, de muziektherapeuten, zelf nog beter leren spelen... Eerst maar eens proberen de juiste tonen te treffen en tijdig de adem de goede kant op sturen.

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Mijn moeder is 97 jaar.
    Omdat zij vaak benauwd is spelen we samen wel eens mondharmonica.
    Ze speelt me zo van de sokken!
    Astrid

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Misschien is een goede start de cursus mondharmonica van Daniel Lohues die hij bij Frits Spits gaf (en te beluisteren is via internet):

    http://destrepenvanspits.kro.nl/artikelen/cursus_daniel_lohues.aspx

    BeantwoordenVerwijderen

Plaats hier uw reactie