vrijdag 29 juli 2011

Verslaglegging

Tijdens een bijeenkomst met andere behandelaren, kwam de vraag aan de orde wat wij nu het moeilijkst vinden aan ons werk. Een goede vraag, want het leek tot dan toe wel een PR-campagne, iedereen vond zijn of haar werk geweldig, boeiend, levendig, afwisselend. De gouden momenten vlogen over tafel, de pareltjes waardoor wij gemotiveerd blijven, waarvoor we het dóen. Heel waardevol, het zijn immers de succesvolle therapieën, de bijzondere momenten die ons energiek aan de gang houden.

Beerput
Moeilijke momenten zijn er vanzelfsprekend ook. De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat de vraag hiernaar een kleine beerput aan deprimerende, moeilijke en zelfs niet te verteren situaties opentrok. De zelfstandigen klaagden over de enorme berg tegenstrijdige regelgeving die hen het werken bijna onmogelijk maakt. De mensen in loondienst klaagden over de extreme vergadercultuur en steeds weer nieuwe projecten en bezuinigingen. En er was nog veel meer ongenoegen en onvrede.

Allemaal irritant en ondermijnend, en helaas herkenbaar voor vrijwel iedereen. Vakinhoudelijk zijn er eveneens nog allerlei moeilijke zaken waar de collega's mee worstelen. Die verschillen natuurlijk wel per discipline: de beeldende therapeut komt andere problemen tegen dan de muziektherapeut.

Moeilijk
Waar alle disciplines het echter hartgrondig over eens waren, wat wij collectief moeilijk blijken te vinden, is: de verslaglegging.
We doen het allemaal, het gaat ook best snel wanneer je wat meer ervaren bent. Je hebt het echter niet over testresultaten van een auto of magnetron, nee, het gaat over een mens, een persoon van vlees en bloed. Je moet dus oppassen dat je het niet té snel en routineus opschrijft. Het mag overigens niet te lang zijn, dat leest niemand. Te kort moet het toch ook niet zijn, dan kun je geen enkele nuance aanbrengen. Niet te persoonlijk, hoewel ook weer niet te afstandelijk. Uiteraard wel professioneel maar met weinig jargon en toch ook weer niet te familiair. Niet eenvoudig!

In een verslag behoor je helder en concreet te beschrijven wat er is gebeurd tijdens de therapie, wat de conclusies zijn en vervolgens kun je dan adviezen geven. Dat laatste blijkt al meteen verwarrend en voer voor discussie onder de collega's. Want voor wie schrijf je het verslag? Wie leest het? Wie heeft er iets aan, wie doet er wat mee? Schrijnende verhalen waren er, over verdwenen verslagen, ouders die het ongelezen in de prullenbak gooien. Ook positieve verhalen, verslagen die vast onderdeel zijn van cliëntenbesprekingen, als aanvulling op beeldvorming en diagnostiek, als informatiebron voor de psycholoog, kortom, zoals het hoort.

Objectief?
Bij verslaglegging heb je te maken met vakinhoud, met kennis, met ervaring. Het gaat over objectief waarnemen en interpreteren, over overdracht en tegen-overdracht, over je eigen blinde vlekken, allergie, gevoel en verstand.

Hoe objectief kun je eigenlijk zijn? Altijd weer moet je je afvragen: wat neem ik objectief waar, en wat is mijn gevoel erover, mijn interpretatie? Ik herinner mij een oefening, lang geleden in de opleiding muziektherapie. Wij keken naar een rollenspel, één student speelde de cliënt, de ander de therapeut. Wij kenden hun opdracht niet. De les stond in het teken van het scholen van de waarneming. De vraag was eenvoudig: Wat neem je waar?

Het was te verwachten dat er met een hele klas studenten veel verschillende dingen waargenomen werden. Zo kwamen we tot de verontrustende ontdekking dat één en dezelfde handeling door iedereen anders geïnterpreteerd werd. Het ging om het spel op de pauk. De één vond dat de cliënt hard speelde, de ander vond het zacht. Te snel. Te traag. Volgzaam. Leidend. Grotere verschillen waren nauwelijks denkbaar. Hoewel ik de oefening niet meer precies weet, weet ik nog wel dat wij een spiegel voorgehouden kregen door de docent. Vlijmscherp werden we ontleed; het was allemaal waar wat wij gezien hadden, zo was de oefening opgebouwd, wij kozen er echter voor datgene te zien wat dicht bij onszelf lag. Over hard/zacht kregen we nog strijd. Want wat is hard? Waar zet je dat tegen af?

Enfin, de boodschap was duidelijk. Eerst weten waar je eigen blinde vlekken zitten, wat je vooroordelen zijn, je stokpaardjes, je eigen ongemakken. Pas dan kom je in de richting van objectief waarnemen en kun je de ander steeds beter van dienst zijn.

Leertraject
Een heel traject, een weg van leren en proberen die als het goed is het waarnemen schoolt en de objectiviteit vergroot. Wat dan zijn weerslag krijgt in het werken met de cliënt en uiteindelijk, om naar het onderwerp terug te keren, de helderheid en objectiviteit van het verslag vergroot.

Vervolgens is daar dan die weerbarstige realiteit: menig met moeite geschreven verslag verdwijnt ongelezen in de prullenbak, of stoft onder ergens achterin het dossier. Het is de kunst om dit niet te laten meewegen in de volgende verslaglegging.
Het gaat immers altijd over een mens.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

Plaats hier uw reactie