vrijdag 13 april 2012

Leen en Hettie

Mevrouw Van der F. woont binnen de gesloten afdeling van een van de verpleeghuizen waar ik werk. Wij kennen elkaar al enige jaren. De eerste keer dat zij deelnam aan mijn muziektherapiegroep woonde zij nog zelfstandig, net als de andere deelnemers aan de groep. Zij had de diagnose Alzheimer gekregen, was zich daar zeer goed van bewust, en wilde er alles aan doen om zo lang mogelijk haar vermogens te behouden. Wij hebben daar vaak over gesproken, over haar angsten en zorgen, haar boosheid, zo bouwden we een vertrouwensrelatie op.

Doe niet zo gek, je zegt toch geen mevrouw tegen mij!
Hoewel de ziekte onherroepelijk voortgeschreden is en mevrouw zich niet meer kan herinneren dat wij elkaar in deze muziekgroep hebben ontmoet, is dit basale gevoel van vertrouwdheid gebleven. Zodra ik binnenstap licht haar gezicht op. In welke stemming mevrouw ook is: ik krijg een warm welkom. Sinds een paar maanden staat mevrouw er op dat ik haar "Leen" noem want, zo zegt ze "Zo noem je me toch altijd!? Doe niet zo gek, je zegt toch geen mevrouw tegen mij!" Eerst verraste mij dit, ik begreep niet goed wat hieraan ten grondslag lag. Na een tijdje wordt het duidelijk: mevrouw ziet mij nu aan voor haar zus Hettie.
Niet zo gek wanneer je de familiefoto bekijkt die op het dressoir staat: vier lachende dames, één ervan met een zelfde soort postuur en haarkleur als ik. Bovendien bespeelde zus Hettie in haar jeugd de cither. Dit instrument heeft veel weg van de Gärtner lier die ik bij mevrouw op de kamer speel.

Pijnlijke situatie
De échte Hettie is overleden, al lang geleden. Mevrouw heeft daar veel verdriet over gehad vertelt haar dochter, de zussen waren erg op elkaar gesteld. Een pijnlijke situatie ontstaat wanneer deze hartelijke en goedbedoelende dochter haar moeder wil corrigeren wanneer deze mij op een dag uitbundig begroet met de woorden "Heeeee! Hettie! Wat leuk dat je bent gekomen!" "Nee mam" zegt de dochter verbaasd, "dat is tante Hettie toch niet, dat is de muziektherapeut. Hettie is overleden".  Mevrouw begrijpt er niets van, ze wordt boos en verdrietig tegelijkertijd, zenuwachtig, ze gooit haar koffie om, gaat staan, loopt doelloos rond. De dochter realiseert zich dat ze dit niet had moeten zeggen, haar ogen schieten vol tranen, ze rommelt een beetje met een doekje en het kopje, kijkt mij ontredderd aan.

Kracht van muziek
Een nare situatie voor iedereen. Een medewerker biedt 'eerste hulp' in de vorm van een nieuw kopje koffie, dept de vlek op de blouse van mevrouw, spreekt haar vriendelijk toe, probeert haar naar ons terug te leiden. Wij proberen dat ook. Het lukt niet. Mevrouw blijft nerveus lopen, draaien. Ik pak de lier uit en laat deze aan de dochter horen. Samen zetten wij het Wiegenlied van Mozart in, een van haar lievelingsliederen, zonder verder iets van mevrouw te vragen, zonder naar haar te kijken. Op zo'n moment openbaart zich dan plots de grote kracht van de muziek: wat wij met al ons gepraat niet voor elkaar kregen gebeurt nu vanzelf: mevrouw komt er weer bij zitten, roert in haar koffie, we zien de spanning uit haar gezicht verdwijnen, ze begint mee te zingen. Hoe eenvoudig ook, wat snaren, twee niet op elkaar ingespeelde stemmen, zomaar aan tafel: het had een onmiddellijk effect.

Petje af
De dochter herstelt zich fantastisch: zingt met plezier samen met haar moeder álle liederen die ze zich van vroeger herinneren kan, ik ondersteun slechts.  Ik neem innerlijk mijn petje voor deze dochter af, ze dóet het toch maar, ze komt elke keer weer, ziet haar moeder steeds verder achteruit gaan en lijdt daaronder. Het ontroert me om deze vrouwen nu op deze manier samen te zien, elkaar glunderend en lachend aankijkend, moeder en dochter. Dat ik daar zomaar bij mag zijn ervaar ik plotseling als iets heel bijzonders.

Dan zegt mevrouw opeens tegen mij "Ik weet wel dat jij Hettie niet kan zijn, maar ik denk dat je ergens toch wél Hettie bent, want ik denk heel vaak aan vroeger, dan zie ik iedereen voor me, ze zijn er écht, dat we dan piano spelen en die cither, en jouw gezicht komt daar altijd tussendoor zweven." Ze is even stil. "Dus je moet me toch wel Leen noemen".

Het is duidelijk. Zij is Leen en ik ben Hettie. Eigenlijk is dat ook veel gezelliger.

3 opmerkingen:

  1. Hoi Connie,
    Wat goed dat je dit doet. Zie het nu pas. en wat een prachtige beschrijving van Leen en Hettie. Zo herkenbaar!
    Mieke.

    BeantwoordenVerwijderen
    Reacties
    1. Ha Mieke, dank je wel!
      Ja, herkenbaar zal dat voor jou zeker zijn; ik realiseer mij opeens weer dat het door jou komt dat ik kennis maakte met de psychogeriatrie; het bleek een schot in de roos zoals je hier en daar kunt lezen.. :-)

      Verwijderen

Plaats hier uw reactie